Edutorial: Productveiligheid
Ofschoon hier vaak anders over wordt gedacht is productveiligheid is één van de meest moeilijke onderwerpen van productontwikkeling. In verhouding met EMC waarbij rond de 60% in eerste instantie niet voldoet scoort productveiligheid (Laagspanningsrichtlijn en Machinerichtlijn) op dit gebied met 99% een stuk slechter.
Wat is de oorzaak van deze dus duidelijk verkeerde perceptie? Ten eerste wordt gedacht dat met een goede opleiding en een beetje gezond verstand, een veilig product kan worden ontwikkeld. Hierbij wordt echter voorbij gegaan aan de vraag wat onder een veilig product wordt verstaan.
|
|
|
|
Onveilige dimmer voor en achteraanzicht | |
Essentiële eisen
De Laagspanningsrichtlijn geeft hierbij weinig ondersteuning omdat die kort gezegd alleen de essentiële eisen omvat en die houden niet veel meer in dan:
Een product moet veilig zijn voor mens, (huis)dier en zijn directe omgeving onder normale omstandigheden en zogenaamde enkelfout condities.
Vermoeden van overeenstemming
Dit levert nog steeds geen goed controle middel om vast te stellen of een product nu daadwerkelijk veilig genoemd mag worden. Een stap verder komen we met de uitspraak dat conformiteit met de norm tot het vermoeden van overeenstemming leidt. Niet verkeerd uit te leggen dat alleen het hebben van een vermoeden dat het product veilig is, voldoende is. Het omgekeerde is waar. Als uw product geheel aan de norm voldoet, heeft u slechts het vermoeden van overeenstemming. Dit is zuiver juridische constructie om te voorkomen dat u als producent of importeur niet langer voor uw product verantwoordelijk zou zijn zolang uw product maar aan de norm voldoet. Anders gezegd u heeft het “bewijs van overeenstemming” pas nadat uw product buiten gebruik is gesteld en er geen ongelukken mee gebeurd zijn.
Het komt er dus op neer dat de eenvoudigste manier om een product veilig te kunnen verklaren is door het volledig te toetsen aan de daartoe bestemde norm.
|
|
|
De gevolgen van onveilige producten kunnen groot zijn! |
Normselectie
Dit levert direct een nieuw probleem op. Binnen de meeste richtlijnen bestaat een enorm scala aan normen. De laagspanningsrichtlijn vormt daarop geen uitzondering. Sterker nog, de meeste productveiligheidsnormen kennen zelfs nog een groot aantal zogenaamde “subs”.
Een goed voorbeeld is de EN60335 voor huishoudelijke apparatuur welke meer dan 100 subs kent! Het is dus niet eenvoudig de juiste norm te selecteren. Daarnaast is het wel van het grootste belang dit op juiste wijze te doen. Ten eerste is de kans erg klein dat u een product ontwikkelt dat aan de norm voldoet als deze norm bij aanvang van het project nog niet bekend is. Dat is als golven zonder vlaggetje in de hole. De kans dat het balletje daar uiteindelijk in beland is dan bijzonder klein. Ten tweede dient het product aan die norm te voldoen die bij het toepassingsgebied van het product past. Komt dit niet overeen, dan kan dit betekenen dat een groot deel, zo niet het gehele
product opnieuw ontwikkeld moet worden. De oorzaak hiervan is dat bijvoorbeeld lucht- en kruipwegen tussen normen sterk kunnen verschillen, ook gebruikte componenten zijn vaak alleen geschikt voor een bepaald toepassingsgebied. Als u bijvoorbeeld een PLC selecteert voor toepassing in een huishoudelijk product, dan is de kans groot dat deze PLC niet aan de veiligheidseisen van de huishoudelijke norm voldoet. Deze zijn namelijk een stuk strenger dan de normen voor “Measurement and Control” (EN61010). Voor het selecteren van de juiste norm kunt u het best contact opnemen met een vertrouwd laboratorium. Als Notified Body voor de Laagspanningsrichtlijn zijn wij u natuurlijk graag van dienst.
Waarom is productveiligheid zo moeilijk?
Wat maakt productveiligheid dan tot zo een moeilijk vakgebied? In de eerste plaats omdat de meeste ontwikkelaars niet altijd de moeite nemen de juiste norm aan te schaffen en/of om deze te lezen. Ten tweede doet de naam Laagspanningsrichtlijn vermoeden dat het om elektrische veiligheid gaat. Fout! Ook mechanische en temperatuurveiligheid vallen onder deze richtlijn. Plat gezegd alles waarvan je een elektrische schok kunt krijgen, waar je je vingers of andere lichaamsdelen mee kunt verliezen of waar je je aan kunt branden dan wel wat in de brand kan vliegen.
Ten derde bestaat een norm uit een ongelofelijk woud aan kleine regeltjes. Het is niet verwonderlijk dat daar al snel een aantal van worden “overtreden”. Hieronder vindt u een tweetal belangrijke onderwerpen.
|
|
|
Uitvoeren van een van de veiligheidstesten. |
Enkelfoutcondities
Het begrip enkelfoutconditie is slechts bij weinigen bekend. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat een product veilig moet zijn en blijven als er één enkele fout optreedt. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat er iets fout gaat. Als daarna ook nog de beveiliging weigert, is er sprake van een dubbelfout. Op deze manier beschouwd hoeft uw product dus alleen maar bestand te zijn tegen één fout. Dat lijkt nog gemakkelijk maar schijn bedriegt. Het gaat namelijk wel om elke mogelijke fout en zoals blijkt, zijn dat er bij ieder product héél veel. Kijk bijvoorbeeld naar een simpel product als een verfstripper. Het bestaat uit een kunststof behuizing, een motor, een fan, een schakelaar, een verwarmingselement en een temperatuursensor. De motor kan vastlopen of geblokkeerd worden, waardoor de luchtstroom stopt. De hete lucht komt hierdoor niet meer bij de temperatuursensor, die bij de uitblaasopening is gemonteerd, waardoor de lucht rondom het verwarmingselement zover opwarmt dat de kunststof behuizing smelt. Hierdoor kan de warmte helemaal niet meer weg waarna binnen 1 minuut de gehele verfstripper in vlammen opgaat. Een waar gebeurd voorbeeld hoe eenvoudig het is om met 1 enkele fout zeer gevaarlijke situaties te creëren.
Voorzienbaar misbruik
Een ander begrip uit de productveiligheid is voorzienbaar misbruik. De fabrikant moet bedenken hoe zijn product misbruikt kan worden en dan voorkomen dat de consument hier schade van ondervindt. Waar hebben we het over. Heel simpel een schroevendraaier kan als beitel worden gebruikt en beitel als schroevendraaier. Beide zijn daar niet voor bedoeld maar iedereen weet dat dit zo nu en dan wel voorkomt. Een kind zit op een stofzuiger en wordt door moeder door het huis voortgesleept. Een stofzuiger is geen speelgoed, toch moet een fabrikant ook met deze situaties rekening houden.
Vele andere normeisen
Zo zijn normeisen voor lucht- en kruipwegen, voor de handleiding, voor de diverse markeringen, voor gebruik van batterijen en accu’s met hun laders, voor isolatiematerialen, printmaterialen. Daarnaast worden er nog allerlei eisen gesteld aan de handleiding, installatie-instructie en markeringen. Te veel om op te noemen en bij elkaar ook teveel om allemaal te weten als productontwikkelaar die ten slotte in dienst is om een product te ontwikkelen.
Frisse blik
Naast al deze directe zaken is het ook van belang eens een ander naar uw product te laten kijken. Die kijkt er met andere ogen naar en ziet vaak punten die u over het hoofd heeft gezien. Samen kunnen we uw product ook een veilig product maken.
Meer weten?
Rob Wouters en Peter Coenders zijn ervaren engineers op het gebied van productveiligheid en zijn u graag van dienst bij het veilig maken van uw product! Vraag hier een geheel vrijblijvende offerte aan.



